De Sixties volgens Miles Behind: Een Top 20 (2)

Vandaag op deze blog: de tien beste platen van de jaren 60 volgens Miles Behind:

10) The Velvet Underground – The Velvet Underground (1969)

The Velvet Underground

Eerst was ik van plan de Banaan hier te zetten omdat die belangrijker is geweest voor de ontwikkeling van mijn muzieksmaak, maar ik heb uiteindelijk gekozen voor de plaat die ik het meest opzet. Velvet Underground and Nico mag dan wel belangrijker zijn, ik heb die plaat gewoon teveel gedraaid om er nog echt van te genieten, iets wat ik bij The Velvet Underground (nog) niet aan de hand heb.

Maar eerst even wat herinneringen ophalen, als u, lieve lezer, het mij toelaat. Een goede twee jaar geleden was ik aan het snuffelen door de bakken van mijn plaatselijke bibliotheek toen ik stootte op The Velvet Underground And Nico, en besloot hem mee te nemen voor een luisterbeurt. Iemand had mij namelijk verteld over het belang van de groep op de punkbeweging, dus legde ik hem vol verwachting op, wachtend op een collectie van snelle, Ramones-achtige gitaaruithalen. Waaide mij daar toch “Sunday Morning” door mijn boxen, zeker? Maar ik leerde hem al snel appreciëren: de prachtige opener, de gejaagde rocker “I’m Waiting For The Man”, het met sado-masochisme en violen doorspekte “Venus In Furs”, het geweldige drugsanthem “Heroin” en het dissonante “The Black Angel’s Death Song”. Allemaal toffe nummers, maar algauw kwam ik erachter dat de plaat wel héél hoog in het vaandel werd gedragen, iets dat ik nog altijd vrij overdreven vind. Want de plaat heeft zo zijn gebreken voor mij: “There She Goes Again” en “I’ll Be Your Mirror” bijvoorbeeld, twee nummers waar ik bij het beluisteren nog altijd moeite heb de geeuwbuien te onderdrukken. En ook Nico’s stem ligt mij nog altijd niet. Ook toen ik meer Velvet Underground-platen ging opsnorren, White Light/White Heat en vooral de gekozen plaat voor het lijstje, besefte ik dat er wel wat meer te rapen viel dan de Banaan.

Wat ik hoor op The Velvet Underground is een groep die, na het vertrek van John Cale, het experiment tot een minimum beperkt (“The Murder Mystery”) en een akoestisch, folkgerichte rockplaat uitbrengt. Het levert wondermooie muziek op: het prachtige “Candy Says”, “Pale Blue Eyes”, “Jesus”, het door Maureen Tucker gezongen “After Hours” (dat zo heerlijk onschuldig klinkt), maar ook de rockers “What Goes On” en “I’m Beginning To See The Light”. Het eerder vermelde “The Murder Mystery” is bovendien meeslepend, en staat zo ook in schril contrast met de dingen die de groep ervoor wel eens durfde te lappen. Wat ik hoor op The Velvet Underground is hemels. Waarvoor hulde.

Beste nummer: “Candy Says” – http://www.youtube.com/watch?v=0cWzxJvgWc8 

 9) The Rolling Stones – Let It Bleed (1969)

Let It Bleed

Ach, de Stones. Samen met de Beatles waren ze jarenlang symbool voor alles wat ik slecht vond aan de sixties. What a fool I was. Laatst besloot ik hun eerste platen nog eens een kans te geven, en toen ik Let It Bleed opzette en de eerste tonen van “Gimme Shelter” kwamen aangewaaid, wist ik dat er iets in dit plaatje zat. Samen met Beggar’s Banquet blijf ik het dan ook de beste Stones-plaat vinden.

Vooral de soms Country-eske feel van Let It Bleed vind ik om de één of andere reden magnifiek, en de donkere sfeer zal er zeker toe bijdragen. Het album werd al meermaals bestempeld als het donkere sluitstuk van de jaren zestig; de Stones hadden immers gespeeld op Altamont, het trieste eindpunt van de Summer Of Love, en net als de wereld maakten de Stones met het vertrek en overlijden van Brian Jones een triest keerpunt mee. Maar uiteindelijk is de plaat nog vrij opgewekt, en blijft die grootse duisternis vooral beperkt tot het magnifieke openingsnummer “Gimme Shelter”, de gedrogeerde feel van het titelnummer en de epische afsluiter “You Can’t Always Get What You Want”. Voor de rest hoor ik vooral een toffe mix van blues- en countrynummers, met uitschieters als “Country Honk”, een akoestische versie van “Honky Tonk Woman”, “Live With Me”, het lekkere “Monkey Man” en de Robert Johnson-cover “Love In Vain”. Als er één Rolling Stones-plaat is die bewijst dat deze heren klasse zijn, dan is het voor mij deze wel.

Beste nummer: “Gimme Shelter”, de meeslepende opener van de plaat. Donker en groots tegelijk. Kippenvel gegarandeerd. - http://www.youtube.com/watch?v=T4e6xCfZ1UY

 8) The Stooges – The Stooges (1969)

The Stooges

Zeker niet de beste van de eerste drie Stooges-platen (zie daarvoor Fun House), maar dat is natuurlijk helemaal geen referentie, want laten die drie platen nu net essentiële hoekstenen van de Rock and Roll zijn. Een vlekkeloze back catalogue, tot meneer Osterberg dit jaar besloot een grote drol van een plaat eraan toe te voegen door The Weirdness uit te brengen: een regelrechte belediging voor elke Stooges-fan, naar mijn mening. De riffs waren een beetje banaal, maar ze konden er nog door. De songs waren ook niet het van het, maar ze waren nog enigzins genietbaar. Het waren vooral de vocalen van de Popster waardoor ik mijn middageten maar met moeite kon binnenhouden tijdens de eerste luisterbeurt. Vals, ongeïnteresseerd, irritant; wat bleef er over van de primal scream van Iggy die menige grootmoeder in de vroege jaren 70 een hartaanval bezorgde? En dan de teksten. De kreten van Pop waren nooit bepaald kernfysica (“Now I wanna be your dog!“), maar ze kwamen altijd overtuigend over. En wat kreeg de luisteraar nu in zijn maag gesplitst? “My idea of fun/ is killing everyone!“. Misschien hadden ze, net zoals de Pixies wijselijk besloten hebben, zich beter niet bezondigd aan een reünieplaat en zich gewoon gehouden aan de spetterende liveshows.

Soit, even terug naar het jaar 1969. The Stooges kregen dankzij hun toen al ijzersterke livereputatie, onder andere in het voorprogramma van Detroit-strijdmakkers MC5,  in 1967 een contract bij het gerenommeerde Elektra aangeboden, het label van The Doors. Wat ze bezielden dat te doen gaat mij nog altijd te boven: de bazen van Elektra waren niet bepaald te spreken over de groep, en toen dit debuut uitkwam in ‘69, in de naweëen van de Flower Power, verkocht het dan nog voor geen meter en werd er in de pers gehakt van gemaakt, iets wat voor het onsterfelijke Fun House ook zo zou zijn. Gelukkig gebruikten de latere punks de platen van Iggy en zijn Stooges als een blauwdruk voor hun eigen muziek, waardoor ze terug opgerakeld werden en hun belang in de muziekwereld steeds duidelijker werd. The Stooges’ platen verkopen dan misschien nog altijd niet in bulk, ze beginnen wel de erkenning te krijgen die ze verdienen.

Persoonlijk heb ik het altijd meer gehad voor de rauwheid van Fun House, nog altijd één van mijn favoriete platen aller tijden, en de grotere punkattitude op Raw Power, maar laatst legde ik The Stooges nog eens op, en het overviel mij wat voor een smerige bluesy bastaard van een plaat het is. De vuile, dronken, gewahwahde bluesriffs van Ron Asheton gecombineerd met een strakke ritmesectie (viel mij nu pas op) en Iggy’s nasale stem, het blijft een briljante combinatie. De nummers zijn dan ook navenant: de geweldige opener “1969″, de hondsbrutale punkanthems “I Wanna Be Your Dog” en “No Fun”, het catchy “Not Right”, de bluesy motherfucker “Real Cool Time”,… “We Will Fall” vergeven we Dave Alexander (en niet John Cale, kindertjes!) dan ook gerust.

Beste Nummer: “No Fun”, net als “I Wanna Be Your Dog” tot in de treure verkracht door halfslachtige punkbands en andere nitwits. Tegen de muur ermee! – http://www.youtube.com/watch?v=WZYPriCxvoI 

 7) Can – Monster Movie (1969)

Monster Movie

Het is bijlange niet Can’s beste plaat (hun gouden periode is en blijft die met Damo Suzuki op zang), maar deze debuutplaat uit 1969 mag zeker niet onderdoen voor Tago Mago en consorten. Wat je vooral hoort is een zoekend Can, dat nog niet weet wat richting het uit moet. De vier nummers zijn dan ook compleet verschillend; zo is er openingsnummer “Father Cannot Yell”, een aan vroege Pink Floyd-herinnerende space rocker, het mooie, met fuzzgitaar overladen ”Mary, Mary So Contrary”, de vuile garagerocker “Outside My Door” en Can’s eerste lange jam, “Yoo Doo Right”, een hypnotisch, tribaal werkstuk waarin na een lange tijd zoeken de groep eindelijk een richting vindt. “I was blind, now I can see, you made a believer outta me”: Malcolm Mooney, toen zanger van de groep, herhaalt het als een eindeloos mantra terwijl de groep over het ritme psychedelische geluiden giet. Het is een intrigerend nummer, en een eerste aanwijzing naar de grootheid van de Damo Suzuki-periode. Enig minpunt: Malcolm Mooneys stem is niet bepaald soulvol of aangenaam (die van Suzuki trouwens ook niet, maar Mooney heeft de bedenkelijke kwaliteit om de pijngrens van uw oren met de vingers in de neus te overschrijden; zie daarvoor vooral “Outside My Door”), maar daar ben je gauw over. Just dig the music, man!

Beste nummer: “Yoo Doo Right” – http://www.youtube.com/watch?v=8QLL2j8ZtxE 

 6) The Zombies – Odessey & Oracle (1968)

The Zombies

Een beetje in de vergetelheid geraakt, die Zombies. En dat is compleet onterecht, want hun tweede plaat Odessey and Oracle is een psychedelisch pareltje van pure, barokke pop. De nummers werden, net als Sgt. Pepper’s, in de Abbey Road studios eind 1967 opgenomen. Toen de plaat het jaar daarop uitkwam was de groep wegens een gebrek aan commercieel succes al ontbonden, en het zou pas tot 1969 duren voor “Time Of The Season” in de VS een hit werd. Toen was het kwaad jammer genoeg al geschied.

Waarom de groep nooit hetzelfde succes gekend heeft als andere British Invasion-groepen is mij een raadsel. Want wat er op dit album staat, is prachtige popmuziek die gemakkelijk de concurrentie kan aangaan met eender welke Beach Boy of Beatle. Hoe kan een mens nu niet ontroerd zijn door de weemoed in “Beechwood Park”? Hoe kan men nu niet uitbundig meezingen op het briljante “Time Of The Season”? Vocale melodieën, prachtig pianospel, geweldige popcomposities; overal zijn ze present op dit album. Opener “Care For Cell 44″ zou bijvoorbeeld verplichte kost moeten zijn in elke cursus popmuziek. Odessey and Oracle is zo een zalig zondagmorgen, met een lach en een traan. Ik geloof niet in de hemel, maar ik weet wel dat als die er zou zijn The Zombies er elke dag mochten spelen.

Beste nummer: “Beechwood Park”, of “Time Of The Season”  - http://www.youtube.com/watch?v=s5Rqk2rG9s4 

 5) The Sonics – Here Are The Sonics! (1965)

here are the Sonics!

Wrrraaaaauuuuhhhhrrrr! The Sonics, dames en heren. Meer dan eens betiteld als de eerste punks, en misschien is er dat niet zo ver langs. Dit groepje uit Seattle met een ongezonde Little Richard-fixatie bracht simpele drie-akkoordennummers met echte Rock and Roll-attitude waar vele hedendaagse groepjes nog wat van kunnen leren. Gerry Roslie krijste zich als een bezetene door de oersimpele songs over meisjes, auto’s en het drinken van strychnine. De groep zelf klinkt belachelijk LUID: ratelende drums, zware distortion op de gitaren (die trouwens home made was; de gebroeders Parypa ramden ijspriemen in hun versterkers om van het clean geluid af te geraken), en af en toe wat piano en een verschroeiende saxofoonsolo.

The Sonics spelen vooral klassieke rocksongs; slechts vier van de twaalf nummers zijn originele composities. Maar ik moet nog altijd een betere versie van Richard Berry’s “Have Love, Will Travel” horen (The Black Keys komen nog het dichtst in de buurt), en ook de covers van “Roll Over Beethoven” en “Good Golly Miss Molly” zijn waardige, chaotische en aanstekelijke eerbetonen aan Little Richard. De vier originele nummers zijn echter de beste: eerste single “The Witch”, het geweldige “Psycho”, het swingende “Boss Hoss” en “Strychnine” natuurlijk, een nummer dat mij mee bekeerd heeft tot het hele punkgebeuren enkele jaren geleden.

Ondanks dat ze nooit echt uit de Northwestern Scene gebroken zijn, zou de groep dankzij hun harde geluid een blijvende invloed hebben op de protopunk en punk. En zelfs al zouden ze nooit zo belangrijk geweest zijn, Here Are The Sonics! blijft een vuile oplawaai van een plaat waar de jeugdige energie vanaf druipt. Tijdloos.

Beste nummer: “Strychnine” – http://www.youtube.com/watch?v=f7Nffq0bOgE

 4) Peter Brötzmann – Machine Gun (1968)

Wow. Voor de hemeltergende herrie die het Brötzmann Octet creërt zijn maar weinig woorden te vinden. De debuutplaat van de Duitse rietvirtuoos is vooral een oorverdovende motherfucker die Europa in één klap op de kaart van de Free Jazz zette. De plaat klinkt als een nachtmerrie, als een ontsporende trein die op een snelweg afdondert en de rijen aanschuivende auto’s vervormt tot een klein hoopje schroot. Het weerspiegelt ook de woelige tijden die in 1968 heersten, met Vietnam, de studentenopstanden in Parijs,… Het is een plaat die elk greintje optimisme genadeloos de grond in boort.

De acht spelers op Machine Gun behoren tot de crème de la crème van de Europese jazz. Het zorgt er ook voor dat de composities, hoe chaotisch ook, klinken alsof alles effectief zo bedoeld was. Het titelnummer is de grootste oplawaai hier: van de lawaaierige opening over de verschillende verschroeiende salvo’s van de tenorsaxofonisten tot het moment waarop alles samenvalt en er zowaar een melodie uit de warrige poel komt, totdat die uiteenvalt en verpulvert. Maar ook “Responsible” en “Music For Han Bennink” zijn geniaal in al hun destructieve waanzin. Beide nummers bevatten zowaar heuse melodieën, maar die worden om de haverklap afgewisseld met helse uithalen van Willem Breuker, Brötzmann en Evan Parker. Het maakt van de plaat een trip door een donker land van extreme geluiden.

Beste nummer: “Machine Gun” – http://www.youtube.com/watch?v=3Mnm2qPYLUo 

En dan nu, dames en heren (even op adem komen), mijn top 3! Geen grote verrassingen hier, dus ga ik er ook niet te veel woorden meer over reppen:

 3) Pink Floyd – The Piper At The Gates Of Dawn (1967)

Pink Floyd Piper

Pink Floyds debuutplaat blijft een magnifieke uitstap in de schijnbaar kindse, maar in feite zeer donkere verbeeldingswereld van acidslikker/frontman van de groep, Syd Barrett. Het is een plaat die veertig jaar later nog altijd staat als een huis, en die ook een grote invloed gehad heeft op mij door zijn mix van kinderlijke popliedjes, stevige psychedelische rockers en uitgerekte, interplanetaire jams. Wat de plaat zo fascinerend maakt, zijn de vele geluidjes en experimentjes die steeds om de hoek komen loeren. Wat PF deed was op dat moment misschien niet echt revolutionair meer, maar weinig platen hebben zo goed de tand des tijds overleefd als Piper At The Gates Of Dawn.

Hoogtepunten zijn er teveel om op te noemen: de geweldige jam “Interstellar Overdrive”, die het beste hun geflipte liveshows uit die tijd weergeeft, het uitbundige “Bike”, de astrale opener “Astromony Domine” of het geweldige rocknummer “Lucifer Sam”. Er is maar één minder nummer te vinden op de plaat: “Take Up Thy Stethoscope And Walk” legt de zwakte van deze Pink Floyd-incarnatie weer, met name het spelen van een gewone bluesriff die dan de basis was voor drie, vier minuten ongecontroleerde gitaarexcessen. En deze keer werkt dat niet zo goed als gewoonlijk.

Maar dat mag geen domper op de sfeer zijn, want Piper At The Gates Of Dawn blijft intrigerend en uiterst genietbaar in al zijn facetten. Geen wonder dat het nog altijd mijn favoriete Pink Floyd-plaat aller tijden blijft.

http://www.goddeau.com/content/view/4040 voor een fantastisch artikel over Piper door (Jbo).

Beste nummer: “Lucifer Sam” – http://www.youtube.com/watch?v=jOmCecfVmVI 

 2) Captain Beefheart and The Magic Band – Trout Mask Replica (1969)

Trout Mask Replica

Don Van Vliet, ik heb hem altijd gemogen. Trout Mask Replica was niet bepaald liefde op het eerste gezicht, maar wat de Captain hier met zijn Magic Band presteert is magnifiek. 28 nummers lang jaagt Van Vliets rauwe stem zijn muzikanten op, die klinken als een zootje ongeregeld. Maar de nummers zijn wel degelijk uitgeschreven, en Beefheart trainde de groep tot tien uur per dag. Elk gitaarlijntje, elke saxofoonreutel, elke drumslag, alles zit “op zijn plaats”. Het maakt van de plaat een chaotisch meesterwerkje van experimentele rock. Beefheart presenteert de luisteraar ruige blues, spoken word, zeemansliederen, onvervalste noise, field recordings, jazzy arrangementen,… Zijn muziek was altijd voor de freaks en de zonderlingen, maar laat freaky muziek me nu net het meest interesseren.

Als je nog nooit iets van Captain Beefheart gehoord hebt, is het onmogelijk om dit op de eerste luisterbeurt nog maar enigzins goed te vinden. Gewenning is de boodschap, en die geïnvesteerde moeite loont. Niet elk nummer is even goed, maar het geheel blijft, hoe uitputtend ook, fascinerend en geweldig. Geen easy listening, maar essentieel voor iedereen die van alternatieve rock houdt.

Beste nummer: Moeilijke keuze wegens l’embarras du choix, maar under gunpoint zou ik kiezen voor het verrassend catchy “Moonlight On Vermont”. Of “My Human Gets Me Blues”. Of “Ella Guru”… – http://www.youtube.com/watch?v=zAoPhVn4y1Q&feature=related 

 1) John Coltrane – A Love Supreme (1964)

A Love Supreme

Een jazzplaat op 1? Jazeker. Maar wat voor één. Ik pretendeer niet dat ik iets van jazz ken (degenen die het wel doen, zijn meestal benepen burgermannetjes die vanuit hun hoge toren neerkijken op het gepeupel met hun popmuziek en er haast een gemeend medelijden mee hebben), maar wat ik hoor op A Love Supreme blaast mij omver, keer op keer, iets wat maar weinig platen echt kunnen. Het is volkomen te begrijpen waarom deze plaat zo bejubeld wordt, want wat erop staat is geen muziek, het is een brute natuurkracht.

De warme, chaotische opening van “Acknowledgement” komt algauw tot stilstand, en uit de stilte komen dan plots de vier meest herkenbare basnoten uit de muziekgeschiedenis. Het is het begin van 30 minuten pure muziekhemel, waarin Coltrane het goddelijke opzoekt via zijn saxofoonspel. “Acknowledgement”, dat eindigt met het vocale mantra “A Love Supreme” en een bassolo van Elvin Jones, wordt algauw opgevolgd door “Resolution” en “Pursuance”, en als “Psalm” tot een halt komt, heeft Coltrane gedaan wat hij moest doen: mij in vervoering brengen. Dit is niet alleen een plaat van verandering en transitie, voor Coltrane zowel op gelovig als muzikaal vlak (Trane’s volgende platen zouden wilder, experimenteler en ongenietbaarder worden), maar ook een onvervalste klassieker in eender welk muziekgenre.

Beste nummer: “A Love Supreme, Part 1: Acknowledgement” – http://www.youtube.com/watch?v=rfHtVgM14sM&feature=related (Door het Branford Marsalis Quartet)

En nu is het aan u! Wat zijn uw drie, tien, twintig,… favoriete platen uit de gouden jaren zestig? Ik ben benieuwd!

11 Reacties naar “De Sixties volgens Miles Behind: Een Top 20 (2)”

  1. Koen zegt:

    Mooi geschreven en prachtige top-10.

    En “I wanna be you dog” dat is toch pure poëzie :d
    Mooier valt het niet uit te drukken, denk ik.
    My idea of fun daarentegen, razend jammer dat The Stooges zich hieraan bezondigden, maar ‘t blijft een heerlijke band.

  2. Jeroen zegt:

    Zeer leuke opener voor je blog! Op naar de seventies!

    Mijn top 5:

    1)Led Zeppelin – Led Zeppelin
    2)The Stooges – The Stooges
    3)Johnny Cash – At Saint Quentin
    4)The Rolling Stones – Let It Bleed
    5)Bob Dylan – Highway 61 Revisited

  3. RoenHetZwoen zegt:

    Mooie, want eerlijke, persoonlijke lijst, en daarom waardevol. je zou ‘m moeten bijhouden in een archief om te zien wat je over 10, 15, 20, 25, 30, enz. jaar gaat denken over deze lijst.

    Om op je vraag te beantwoorden, maar onvolledig. Op dit moment zijn dit, los uit het hoofd, mijn favoriete sixties platen (in willekeurige volgorde):

    - hét Fairport Convention drieluik uit 1969 met ‘What we did on our holidays’, ‘Unhalfbricking’ en ‘Liege & lief’.
    - The Byrds met ‘Sweetheart of the rodeo’.
    - The Flying Burrito Brothers met ‘The gilded palace of sin’.
    - Johnny Cash met ‘At San Quentin’ en ‘at Folsom prison’.
    - ook The Rolling Stones met ‘Let it bleed’, maar ook met ‘Beggar’s banquet’, ‘Aftermath’ en ‘Their satanic majesties request’.
    - zéker The Beatles met ‘Revolver’ en ‘Rubber soul’.
    - zéééker ook Jimi Hendrix (!!!) met ‘Are you experienced’ én ‘Axis: bold as love’ én ‘Electric ladyland’.
    - Love met ‘Forever changes’.
    - Alexander Spence met ‘Oar’.
    - en dan natuurlijk ook Moby Grape met ‘Moby Grape’.
    - Karen Dalton met ‘It’s so hard to tell who’s going to love you the best’.
    - Cream met ‘Disraeli gears’ én ‘Wheels of fire’.
    - uiteraard ook Led Zeppelin met ‘I’ en ‘II’.
    - natuurlijk ook The Kinks met ‘Face to face’, ‘Something else’, ‘Arthur’ en ‘The village green preservation society’.
    - mijn dubbelelpee ‘Decca anthology 1965-1967′ van The Small Faces.
    - The Band met ‘Music from big pink’.
    - de 3 albums van Buffalo Springfield
    - en dan natuurlijk ook Neil Young mét z’n solodebuut (the loner!!!) en ‘everybody knows…’
    - en dan natuurlijk ook Bob Dylan met al z’n 60s albums minus ‘The times they are a-changing’. Die heb ik vreemd genoeg nooit goed gevonden.
    - het debuut van The Doors.
    - Tim Hardin met ‘I’ en ‘II’.
    - Tim Buckley met ‘Goodbye & hello’ en ‘Happy sad’.
    - Nick Drake met ‘Five leaves left’.
    - en niet te vergeten mijn box ‘The Supremes’ van ‘The Supremes’ uit 2000, waar natuurlijk hun beste 60s werk op staat.

    Ik ben er wellicht een paar vergeten, maar dit zijn alvast toch veel persoonlijke favo 60s albums. In ieder geval heb ik totaal niks met Zappa, Can, Captain Beefheart, The Who, Van Morrison, James Brown, Lou Reed, The Velvet Underground, Bowie, John Coltrane, Miles Davis (en ook niet zoveel met The Beach Boys, gek genoeg), enz, enz… waarvoor excuses.

    Roen!

  4. milesbehind zegt:

    Jeroen: dank u! De seventies komen eraan, wees daar maar zeker van. :) Eneuh, bedankt voor je lijstje!

    Roen: Je hebt zelf ook een mooi lijstje hier neergeplant, waarvoor dank :) . Ik zie zelfs dat ik er een paar vergeten ben. Tim Buckley’s Happy/Sad! En Five Leaves Left, ik dacht altijd dat die uit 1970 kwam…

    Van alle vermelde artiesten zou je zeker eens wat James Brown ofzo moeten opsnorren. Het is nooit te laat om nieuwe dingen te ontdekken. ;) Zelf ga ik eens wat Flying Burrito Brothers zoeken, denk ik.

    Joey

  5. guy zegt:

    als iemand er iets aan zou hebben: paul butterfield’s “east-west” is wat mij betreft een van de schandaligst genegeerde sixtiesplaten, als is het maar voor de twee monumenten die erop staan, nl. “work song” en de ronduit fenomenale titelsong

    voor de rest: boeiende top 10! ik vind ze ook allemaal goed tot geweldig, al heb ik de afsluiter van “let it bleed” nooit moeten hebben. gelukkig stond die niet op de plaats van “gimme shelter” :)

  6. RoenHetZwoen zegt:

    Met James Brown heb ik hetzelfde als met Prince: teveel gefreak (vandaar ook mijn jazz aversie), te veel show,… Het genre (funk) doet mij ook al niet veel. Ik ben allergisch denk ik aan die typische groove en altijd maar weer die blazers (ik haat blazers in muziek). In mijn kindertijd, eind jaren ‘70 begin jaren ‘80, heb ik dan ook nog eens een overkill gehad aan 2 Jamesen thuis: mijn ma draaide constant platen van James Last, en mijn pa van James Brown. Ook dat zal veel verklaren denk ik.

    Waarom The Who niet, kun je je misschien ook afvragen. Wel, ik vergelijk het altijd zo: de kinks, de stones, de beatles; dat is voor mij de premier league van de britse rock, en generatiegenoten als the who (en nog wel meer) plaats ik dan toch een reeks lager.

    Verder merk ik dat ik Candi Staton nog vergat te vermelden in mijn reeksje favo’s…

    en over ‘five leaves left’: ik heb ook altijd gedacht dat ie verschenen was in 1970 (want zo staat het op mijn cd doosje), maar op peerke zijn blog las ik vorig jaar dit: http://peerkesplaatjes.skynetblogs.be/category/1192165/1/Nick+Drake
    Ook allmusic vermeldt 1969 als releasedatum (en wikipedia ook zie ik nu). Misschien lag het aan het feit dat de plaat oorspronkelijk verschenen was op een klein label in 1969, en dat een groot label het album dan heruitbracht in 1970?

    Roen!

  7. Marc zegt:

    … eerste gedachte bij het lezen van je posttitel(s)…
    Laat er alstublieft geen Pet Sounds op staan (ik vind het een tienerplaat) of Smile (mocht je die al tot de 60’s rekenen – de plaat klinkt hier en daar wel en interssant en/of gebedoeld, maar lijkt me te analytisch)
    … maar die vrees was dus overbodig
    (en het is een mooie lijst)

    + ik zie dat je me hebt gelinkt waarvoor dank, ik heb net hetzelfde gedaan (je hebt een aangename schrijfstijl)

  8. milesbehind zegt:

    Guy: Zeker; ik heb er iets aan. :) Tips worden altijd geapprecieerd, hé. En ja, “you can’t always have what you want” is acquired taste zeker? Ik vind het nog wel een goed nummer. :)

    Roen: Ik hou wel van die grooves en die pose, maar dat is vooral een erfenis uit mijn hiphopjaren, denk ik. :D

    Ik had The Who eigenlijk helemaal niet verwacht, hoor. Ik ben er ook niet zo’n fan van, en heb eigenlijk nooit goed begrepen waarom iedereen er zo euforisch over doet (hoewel ik The Who Sell Out nog wel ok vond).

    Ook bedankt voor de link naar Peerke’s artikel. Interessante lectuur…voor na het blokken. :)

    Marc: Ik ben een beetje allergisch voor The Beach Boys (buiten voor “God Only Knows”, dat zich geregeld onder mijn hersenpan nestelt en er dan dagenlang blijft steken, tot het gaat ergeren), dus die zul je niet rap tegenkomen in één van mijn lijstjes.

    Ook bedankt voor de complimenten en het plaatsen van mijn blog op jr blogroll; het wordt hier geapprecieerd. :)

  9. thomascliquet zegt:

    Piper u favoriete Floyd-plaat aller tijden?! Hij is goed, maar niet overdrijven he;-). Ik vind bvb. Dark Side Of the Moon en Wish You Were Here al beter…
    Nuja, heb Piper nog niet helemaal gehoord maar toch grotendeels en mijn voorkeur gaat toch uit naar de Floyd van de jaren zeventig. Al zou die zonder Syd natuurlijk wat minder inspiratie hebben gehad…

  10. milesbehind zegt:

    Euh… muziek kan je niet puur objectief beoordelen. Piper was zowat één van de eerste platen die ik van hen hoorde, en ik vind hem nog altijd weergaloos; niet alle experimentjes zijn geslaagd, maar het zo’n plezier en verademing om hiernaar te luisteren. Meddle staat wel meer op; die is minder vermoeiend. Ik zou hem trouwens ook eerst eens volledig beluisteren, dat doe je namenlijk voor je een plaat definitief beoordeelt.

    En ook: Dark Side is ietwat overschat, en Wish You Were Here voor mij nog altijd symbool van het verval van de groep.

  11. thomascliquet zegt:

    Je hebt gelijk wanneer je zegt dat muziek niet objectief te beoordelen valt en ook dat je een plaat eerst helemaal moet beluisteren alvorens er een oordeel over te vellen. Maar hey, ik kan er ook niet aan doen dat Piper zo godverdomme duur blijft in de winkel!

    Wat dat laatste betreft, het is niet omdat Dark Side hun grootste commercieel succes was dat het een overschatte plaat is. Het blijft gewoon een ijzersterk coherent album. En euhm, Wish You Were Here symbool van het verval van de groep? Voor mij toch niet: ik heb nl. ongelooflijk genoten van The Division Bell uit 1994. Het klopt wel dat Waters na WYWH de bovenhand kreeg maar dat leverde ook nog zeer goeie platen op (animals, the wall). Feit blijft dat Pink Floyd niet ophield te bestaan toen Waters eruit stapte maar juist nog een meesterwerk afleverde (over a momentary lapse of reason kan ik nog niet oordelen vermits nog niet in bezit).

    In elk geval, smaken verschillen en Piper blijft uiteraard ook een zeer goed album;-). Check zeker mijn blog want ben bezig aan een post over The Floyd:-)

Reageer