
Sinds maandag terug van het uiterst gezellige Dourfestival, en ik moet zeggen: I had a mighty good time! De Dourmaagd die ik was, had ik een beetje schrik voor de apocalyptische zwijnenstal die het festival vorig jaar uiteindelijk bleek te zijn, maar het terrein is groter gemaakt en de weergoden waren ons gunstig gezind. Met chef (mvs) heb ik mij rot geamuseerd, net als met de mensen van Wannabes. Enig nadeel was de calvarietocht naar de medewerkerscamping, maar kom, daar heb ik al genoeg over gezaagd.
Muziek dan! Deze twintigste editie leek gezien de affiche een dikke stinker te worden, vooral vanwege de concurrentie van Pitchfork en het Summercase Music Festival in Spanje als het gaat om headliners, en dan gaf de groep waar ik eigenlijk voor ging, The Mighty Fall Gruppe, verstek. Maar kijk, we hebben ons muzikaal extreem goed vermaakt. Er staat al een uitgebreid verslag op Goddeau met de vijftien opmerkelijkste concerten, maar hier toch even een overzicht van wat allemaal bijgebleven is.
TÊTE DE LA COURSE:
1. Zu/Dälek: mijn bakkes viel letterlijk open. Wat een ketellawijt! Een organische geluidsorkaan, een ferme entrecot op de muil. Voor mij het beste concert van deze Dour.
2. Tortoise: Post-rock leefde voor een uurtje weer. Ik had echt serieuze twijfels over dit concert, en met ferme tegenzin ben ik gaan kijken. Maar verdorie, goed dat het was! Perfect op elkaar ingespeeld leverden de fossielen uit Chicago een sprankelende, bruisende set, vol van percussie, opwindende klanktapijten en een toefje rechttoe rechtaanrock. Dit is nog steeds geweldige jazz voor mentaal gestoorden.
3. Oxbow: Nog zo’n concert dat gezien moest worden om te geloven. Het was zowat mijn eerste keer dat ik in aanraking kwam met hun muziek, wat de impact van de tierende voodoopriester Eugene Robinson er niet minder op maakte. Geweldig.
4. Battles: We kennen het truukje ondertussen allemaal, maar het blijft gewoon indrukwekkend om te aanschouwen hoe bijvoorbeeld John Stanier lustig op die metershoge cimbaal blijft meppen. En raar genoeg, ze hadden het publiek volledig mee. Een surrealistisch volksfeest van jewelste.
5. Wu-Tang Clan: Raar maar waar. Nog zo’n concert waar ik tegenop zag, maar uiteindelijk zeer over te spreken was. Een soort van Greatest Hits-set, met veel materiaal uit onovertroffen debuut Enter The Wu-Tang (36 Chambers), veel energie en volksmennerij. De whigger in mij wakkerde weer even aan, en mijn Wu-handgebaar stak een vol uur in de lucht.
DE ACHTERVOLGERS:
- Subtle: Zeer freaky hip-hop (ik tracht het woord avant-hop te schuwen). Frontman Adam Drucker tierde over het podium als in een manische bui, en rapte zo snel dat er gewonden vielen. Muzikaal ook lekker trippen.
- Future Of The Left: Heel goed. Bij momenten ziedend, dan weer vervelend, maar nooit echt slecht. Eén versnelling hoger en ze waren op het podium geëindigd.
- Fujiya & Miyagi: Leuk en funky, deze elektronische krautpop. Ik was vergeten hoe goed hun plaat Transparent Things (2006) wel niet is.
- Eli “Paperboy” Reed: Een blanke die soul brengt, ik zag de bui al hangen. Maar voorwaar, het was plezant; het is geen Jamie Lidell, maar komt toch heel dicht in de buurt.
- Madrugada: Wow, nog een aangename verrassing. Stevig, dramatisch, en steengoed optreden. Ik zou The Deep End nog eens moeten opleggen, eigenlijk. Misschien zie ik dan eindelijk het licht.
- Goldfrapp: Ze moet eens afleren om op tijd te komen en af en toe eens wat minder etherisch te neuzelen, maar goed was het niettemin. Jammer dat het weer tegenstak. “Train” blijft een bom.
- Beans, Flying Lotus en Black Moon: Drie keer hip-hop, drie keer anders, drie keer steengoed. Buckshot van Black Moon de award voor “beste MC van het festival”, Flying Lotus kaapt de prijs weg in de categorie “beste DJ”, Beans verliest in de “rhymesnelheid”-categorie nipt van Adam Drucker.
- Steak Number Eight: De derde keer, en ook de beste. Met of zonder gebroken pols van de drummer.
- Earth: Dylan Carslon hoort niet thuis op een festival, maar het was toch weer eventjes trippen geblazen.
- Harvey Milk: Wat een lillende kwak sludge!
- Woven Hand: Goed, maar niet geweldig. David Eugene Edwards stelde niet echt teleur, maar ik zat nadien toch een beetje op mijn honger.
HET PELOTON:
Ultraphallus, Ellen Allien, Foals, Ice Cube (“Aajsblokjeuh!”), The Whitest Boy Alive, Why?, Bonde Do Role, Quit Your Dayjob, Enon
ARRIERE DE LA COURSE:
Ratatat, Pinback, The Meat Puppets
DE BEZEMWAGEN:
Chrome Hoof, The Teenagers, Zenzile, Agnostic Front, Raxinasky
Oh, en Mark E Smith: fuck you.
NP: Tortoise :: Millions Now Living Will Never Die
juli 25, 2008 at 10:43 am |
ik zag zu en dälek ook al, maar apart. maar dat zorgde ook al voor vuurwerk, dus de combinatie van die twee, dat kan enkel maar spetteren. zelf was ik ook weggeblazen door oxbow een paar weken geleden. unieke band.
goeie recencies ook!
juli 25, 2008 at 11:05 am |
Merci; het was een kolossaal werk, maar met Thieu heb ik mij er goed kunnen doorslaan. Een echt team!
Ik had Oxbow ook liever in een zaal gezien, maar toch ook content dat ik de groep eindelijk in actie kon zien. En ja, Zu/Dälek… het perfecte huwelijk.
juli 25, 2008 at 8:38 pm |
Oxbow akoestisch: Eugene en gitarist Niko…miljaar man daar was ik echt niet goed van.
juli 25, 2008 at 8:42 pm |
Daar had ik ook graag bij willen zijn. Jammer genoeg staat Isis mij niet zo aan.
juli 27, 2008 at 7:32 pm |
Tof opgeschreven, met die wielertermen. Ik ben al een tijdje redelijk onder de indruk van jouw muziekkennis, als je ‘t wil weten en als je me de “klefness” vergeeft. Mijn broer (Mikhail uit jouw les) had het er ook al over. Impressing.
juli 27, 2008 at 8:56 pm |
Dankje voor het compliment. Persoonlijk ben ik ook een beetje verbaasd over hoeveel ik al van muziek ken, sterker nog: ik schaam mij er soms zelfs voor, zeker als ik iets over muziek vertel en dan een hoop vragende blikken als antwoord krijg. Wijt het maar aan mijn drive om nieuwe dingen te ontdekken, en het feit dat er een verzamelbeluste nerd in mij schuilt.