De waarde van muziek

juli 3, 2008

Wat is muziek nog überhaupt waard tegenwoordig? Vandaag had ik er enkele verhitte discussies over met kennissen die het niet zo nauw lijken te nemen met het feit dat de muziek die ze luisteren, snelsnel afgehaald via kazaa of andere brol (de sukkelaars kunnen nog niet eens werken met torrents!), het resultaat is van hard labeur van een bepaalde artiest of groep, die hun hele leven wijden aan hun muziek en er al hun bloed, zweet en tranen in puren zodat wij die drie minuten van auditieve hemel kunnen beleven (langer in het geval van progrock, uiteraard).

Het hele discours startte met een klein discussietje over In Rainbows, de nieuwe Radiohead, waarbij het al gauw ging over hoeveel geld die groep nu in feite zelf opstrijkt met de nieuwe distributiemethode. Toen ik zei dat ik de plaat achteraf gekocht had, volgde een denigrerend “ge had hem al gedownload (gratis?) en dan nog eens gekocht…”. Blijkbaar had ik volgens de persoon in kwestie die plaat toch helemaal niet nodig, zeker! Ik bedoel maar, ik had hem toch maar mooi gratis afgehaald, waarna ik hem naar believen door mijn kleine laptopboxen kon jagen, uiteraard allemaal geregistreerd door mijn hip Last.fm-profiel. Wat heeft een mens meer nodig? “Ja maar”, probeerde ik, “het is een kwestie van geld aan dingen te besteden die je graag hoort, waarbij muziek eerder een soort hobby, nee, passie wordt, en dat besteedde geld naar die geliefde artiesten gaat, zodat ze mij nog lang kunnen verblijden met hun deuntjes.” Ik hoef u niet uit te leggen dat die woorden in dovemansoren vielen. Nog maar eens werd ik met de neus op de feiten gedrukt dat muziek voor velen hoogstens een leuk achtergrondje is, een soort van sfeermaker (walgelijk!) waarmee ze hun dagelijkse sleur eventjes verlichten. Ik zal de laatste zijn om dit mp3-tijdperk te verbannen, maar voor veel mensen (ik noem ze gemakkelijkheidshalve het “radiovolkje”) is dat alleen maar een nog handiger hulpmiddel om respectloos om te gaan met muziek, waarbij één muisklik de file van bits en bytes kan downloaden en net zo snel naar de prullenbak te verwijzen. En die mentaliteit zit er diep ingebakken, heel diep, zelfs bij vrienden van mij die zelf muziek maken en er ooit mee succes hopen te oogsten.

Ook deze zoon van het “Radiovolk” leek maar moeilijk te beseffen dat muziek boven alles het resultaat is van verdomd hard labeur, van zweten en zwoegen, van zoeken naar de ultieme song. En dan heb ik het niet alleen over avantgarde-rukkers uit The Wire; al betwijfel ik hun artistieke merites, ik durf gerust te wedden dat de Shakira’s en Britney Spearsen van deze wereld net zoveel passie, arbeid en zelfs oprechte emotie in hun muziek trachten te stoppen als de pitchforkartiestjes. Iets dat het volgende, tot in den droeve gebruikte argument, bovendien van de tafel veegt: “Radiohead heeft het geld toch niet nodig, [want] ze zijn al schatrijk”, vertrouwde mijn gesprekspartner mij toe. What a load of Bollocks. [Nota bene, het voorbeeld van Radiohead is dan ook nog een vrij slecht argument voor zijn zaak: de heren Yorke, Greenwood, Selway en O'Brien mogen er dan wel vrij knusjes bijzitten, die privé-jets zullen er de eerste dagen nog niet aankomen (ook al omdat ze milieu-vervuilend zijn, dixit Louike Lodderoog). Bovendien vertrouwde de persoon in kwestie mij toe dat hij alle andere albums, buiten In Rainbows, toch wel nog zou kopen. Oh, de ironie: zelden zo hard moeten lachen over Radiohead toen ik hem moest meedelen dat al dat geld mooi naar EMI gaat, en de groep nu moet leven van de opbrengsten van hun laatste plaat (via XL aan de man gebracht) en het touren.]

Is het immers niet zo dat de grootst verdienende artiesten “rijk” geworden zijn omdat ze zich er godverdomme constant voor uit de naad gewerkt hebben? James Brown, Soul Brother #1, is niet rijk geworden omdat hij ooit eens wat in een microfoon geschreeuwd heeft, maar omdat hij tot aan zijn dood de zelf opgelegde titel van Hardest working man in showbusiness met hand en tand verdedigd heeft. Bruce Springsteen heeft geen pensioenfonds bijeengerockt door af en toe eens in Ashbury Park op een podium te kruipen. De mannen van Metallica godbetert (begeef ik mij op glad ijs?) hebben ook niet stilgezeten, en al kan je hun muziek crap vinden, ze hebben zichzelf (voor het grootste deel) gegeven en hun doelpubliek daarmee eindeloze uren plezier verschaft.* En zulke mensen kopen dan de muziek van die groep, omdat ze er genot uit halen, omdat het een teken is van appreciatie naar de artiest toe, als een soort van schouderklopje of aanmoediging, een teken van “doe voort! Ge zijt goed bezig!”. Wat die mensen dan doen met dat geld, of hoeveel ze er van hebben, is uiteindelijk niet relevant, net zomin als mensen die er zelfs hun geld niet aan gegeven hebben zich daar druk over moeten maken.

Uiteindelijk draait het om één ding: respect voor de artiest en zijn werk. Bent u bereid om de artiesten die u dagelijks beluistert, die uw leven een beetje draaglijker maken, u troost bezorgen of u eindeloos doen uitleven, te steunen? Heeft u als luisteraar genoeg respect voor de artiest en geeft u hem naast uw appreciatie voor zijn werk ook geldelijke steun? Of haalt u liever de mp3 ergens volledig gratis af, om hem na drie luisterbeurten weer ergens te dumpen? Het is hier dat het “Radiovolk” definitief gescheiden kan worden van de echte, oprechte liefhebber: wie zal zijn portefeuille lichten om de kunst die hij koestert te doen voortleven? (aankoop van een radio telt niet mee, dat spreekt) Het hoeft daarom geen plat consumentisme te worden, iets wat de zo gelouterde beleving alles behalve ten goed komt. Een mens heeft amper genoeg tijd om alles nieuws te luisteren, laat staan het te kopen. We hebben het hier immers over de muziek die u echt graag hoort. Dit alles kreeg mijn gesprekspartner tegengeworpen deze middag. “Jaja”, ploeterde hij nog tegen, “maar ik koop zowiezo [sic] heel weinig cd’s, dus…”. So what? Het gaat hier niet om de aankoop van zilveren blinkende schijfjes, maar dat uw geld gaat naar mensen die het nodig hebben om van hun kunst te leven. Dat gaat dan ook over merchandise, of optredens, en als je geen toekomst ziet in de cd, stort dan wat geld via de “Donation”-button (veel groepen die gratis dingen weggeven hebben er zo één, al betwijfel ik of er veel op geklikt wordt) op uw scherm, of koop de mp3’s via één of ander Itunes-systeem. En dan kan u nog zeggen dat sommigen het geld niet meer nodig hebben (iets wat voor sommigen echt wel van tel is), het betekent nog niet dat jonge groepen en artiesten daar dan ook maar de tol van moeten betalen.

En als u dat niet wilt? “Fine, fuck you”, zegt de Henry Rollins dan in mij. Zet de radio maar nog wat harder op voor uw dagelijkse portie muzak, zodat u mijn gezaag kunt overstemmen, luister maar naar hartelust naar uw gratis afgehaalde albums van artiesten die u op een bepaald moment in de ether hoorde voorbijwaaien, en doe maar op. Maar sta dan bijvoorbeeld ook bij het volgende stil: wat zou een loodgieter er van denken als u hem niet betaalt voor zijn verdiensten, of een buschauffeur als u besluit om eens een gratis stuk mee te rijden? Misschien een slecht argument van mijn kant, maar, beste Radiomeute, als u al de tijd gevonden heeft om dit te lezen, kunt u dan tenminste geen begrip opbrengen voor het feit dat de muzikanten waar u volgens de wet van steelt fameus op hun tenen getrapt zijn, dat ze verdorie kwaad zijn op het feit dat u allemaal maar een beetje zit te freeloaden en voor niks zit te genieten van hun arbeid, en dat ze nog gelijk hebben ook?

Wat is de oplossing? Al sla je me dood. Hoewel ik wel weet dat het rigide optreden van de noodlijdende, op artiesten parasiterende muziekindustrie niet veel uitsteekt. Het verbieden van websites en software die Peer 2 Peer-sharing, torrents en andere technologiëen mogelijk maken is even nefast als het bestrijden van de maffia door een hoop kleine visjes op te pakken: sinds het controversiële Napster voor de rechtbank is gedaagd, is  het aantal beschikbare files op het net alleen maar exponentieel toegenomen. Het verbieden van piraterij voedt alleen maar het vuur. De kern van het probleem, de te vangen Don van de familie als het ware (ik heb The Sopranos gekeken), ligt in de mentaliteit van de mensen. Een mentaliteit die stilletjes bijgestuurd moet worden, waarbij men bewustgemaakt moet worden van het feit dat men bezig is over een product van arbeid, niet over iets los dat ronddartelt in de lucht en zo te vangen is; het is tenslotte de werkelijke wereld hier, en niet My Little Pony-land. Maar ja, begin daar maar eens aan. Misschien ligt de sleutel wel in de kleine dingen, individuele mensen die artiesten steunen, iets waarvoor ik haast dagelijks moet pleiten, of moet bovenhalen als argument als ik mijn cd-aankoop moet verantwoorden (al komt mijn preek hier natuurlijk terecht bij bekeerden en hardcore gelovigen van het eerste uur).

Met dit stuk wil ik echt niet de moraalridder uithangen, maar gewoon even bij de muziekbelevenis, zowat het belangrijkste in mijn leven, stilstaan. Het zou trouwens nogal hypocriet zijn, nietwaar? Hoe denkt u dat ik al die obscure albums heb leren kennen, hoe ik zo snel nieuwe releases hoor, of mijzelf tegenwoordig een expert van de jaren 70 kan noemen? Niet door elke week braafjes in de platenwinkel drie cdtjes uit de rekken mee te graaien. Alles is een klik weg, en dat heeft immense voordelen; elke dag verbreed ik mijn muzikale horizon. Maar het is een vergiftigd geschenk, in die zin dat de overload aan muziek de waarde ervan serieus doet devalueren. Daarom zeg ik ook: doe maar op, download maar tot die harde schijf uitpuilt, maar sta tijd van tijd toch even bij al die muziek stil, geniet er dan ook van, en koop dan eens een plaatje, ga eens naar een optreden of koop daar of via de website een t-shirtje, een plaat of zelfs een pakketje bumperstickers. Die mensen kunnen niet eten van uw enthousiasme alleen.

Zo, dat moest er even uit.

*Voor meer over “alles geven” verwijs ik trouwens gaarne naar de heer Kanye West, zoals gewoonlijk even megalomaan als oprecht.

NP: Spinvis :: Spinvis, braafjes gekocht met mijn eigen geld.


Lazy bastard!

juli 3, 2008

Een lui stuk vreten, dat ben ik. In mijn nest liggen tot de noen, eruit komen en… gewoon geen bal uitsteken. Ik ben net Jim uit de Royle Family. “My arse”!

NP: Caetano Veloso :: Qualquer Coisa


2008: een overzicht halverwege

juli 2, 2008

2008 is al goed op weg naar 2009, daar herinnerden Roenhetzwoen en Secretly Belgian mij laatst nog eens aan met hun halfjaaroverzichten. Hoog tijd dus voor mij om ook de 15 platen die mij dit jaar al verblijd hebben in een lijstje te smijten.

 15. Lil’ Wayne :: Tha Carter III

 

Meteen ook de Guilty Pleasure, het verkoopsucces en artwork van het jaar. Zelfs in het lijstje van albums die er net buitenvielen staan veel sterkere platen dan deze Carter III, die zelfs nog niet eens het beloofde chef d’oeuvre van de kleine man geworden is. Maar, verdorie, wat heb ik al plezier beleefd aan dit plaatje: platte mainstream hip-hop hand in hand met bizarre genre-experimenten, platvloers geneuzel en poltiek geëngageerde raps in één nummer, briljante nummers naast hopeloze bucht. En je zal het allemaal ondergaan met de glimlach.

 14. Hot Chip :: Made In The Dark

Vond ik de hype rond het vorige album nogal overroepen, dan ben ik nu wel weer mee. Nochtans vond de verzamelde pers aan dit plaatje dan weer niks, terwijl ik er een uitstekende mix van funky dansvloerfodder, mooie soulballads en stompende techno in hoorde. Maar ja, misschien staat mijn bullshitdetector niet meer op, of zijn mijn oren ondertussen te hard achteruitgegaan om goed van slecht te onderscheiden, zal u nu denken. “Fuck off”, is de repliek, “my hips don’t lie”. Shakira 1, de wereld en zijn filosofen 0.

 13. Fuck Buttons :: Street Horrrsing

 

Prachtige, melodieuze noise uit de stal van All Tomorrow’s Parties, die nu ook een label hebben. Lawijt dat leeft, ademt, dat een ziel heeft en de luisteraar optilt naar andere plaatsen, wat heeft een mens meer nodig?

 12. Drive-By Truckers :: Brighter Than Creation’s Dark

 

In het begin van het jaar compleet weg van, en erna een beetje uit het oog verloren. In de voorlopige versie van dit lijstje stonden ze er zelfs niet in! Gelukkig passeerde net op dat moment “That Man I Shot” op mijn media player, waardoor de vlam weer opflakkerde. 75 minuten over 19 nummers blijft misschien wat veel, en er zitten een paar mindere nummers tussen, maar het weegt allemaal niet op tegen de ongelofelijk sterke brokken southern rock en country ballads die dit album sieren, “Daddy Needs A Drink” voorop. Afspraak in Kiewit!

11. Xiu Xiu :: Women As Lovers

 ”Gestoorde dramatische nicht”, dacht ik toen ik Jamie Stewart voor het eerst hoorde kwelen als een klein varkentje over leuke dingen als incest, moord en oorlog. Maar kijk, dan hoor je “Bishop, CA” van op The Air Force, en voor je het weet, ben je verknocht aan Xiu Xiu. Dat was ook niet anders met deze nieuwe plaat, Women As Lovers, die een stuk “poppier” genoemd mag worden; het is ook de eerste plaat van Stewart die ik in één stuk kan uitluisteren. De muziek doet nu weer denken aan Low (de plaat), gruizelige post-punk à la Curtis en gamelan, en dan weer aan overstuurse Art Rock met keyboards, en dan ergens in het midden ”Black Keyboard”, een emotioneel akoestisch nummer als rustpunt:

Be free.
Laugh at your son.
A child is nothing without hate.
Be certain he feels
his love is trash.

Heeft Jamie Stewart therapie nodig? Waarschijnlijk. Maar laat hem nu nog maar even muziek maken.

10. Jamie Lidell :: Jim

Oftewel: Lidell doet een Stevie Wonderke. Een extreem leuke en genietbare plaat is Jim geworden, ondanks enkele mindere nummers. Tuurlijk, het kan overkomen als een pure stijloefening: “Another Day” is Motown-materiaal, “Out Of My System” is The Family Stone met Lidell als vervangend ceremonieleider voor Sly die zijn neus even gaat poederen, en “Figured Me Out” is een B-kantje van Songs In The Key Of Life, daar kan geen twijfel over bestaan. Maar laat dit nu net het soort soulrevival zijn dat mij wel kan boeien, in tegenstelling tot alle Duffy’s en Adeles van deze wereld. 

9. Man Man :: Rabbit Habits

 

BOEM 

                    Paukeslag

  daar ligt alles                               PLAT

  0——————–O

 weer razen violen celli bassen koperen triangel

 trommels   PAUKEN

 

Paul van Ostaijen blijft verrassend actueel, bedacht ik toen Rabbit Habits hier door de residentie vlamde. Georganiseerde chaos met blazers, pianos, alle soorten percussiegerammel, surfgitaartjes en nog meer van dat moois, zoals opperbrombeer “Tommeke Tommeke, wat doede nu?” Waits dat al heel goed kon. Met deze plaat klinkt Man Man dan wel iets gepolijster en directer dan vroeger, maar hun sprong in de pop blijkt wel hun beste plaat te zijn geworden.

8. Ellen Allien :: Sool

 

Minimal met een hart, dat presenteert Ellen Allien op Sool; een hermetische wereld waar je maar moeilijk in geraakt, net als het Berlijn van deze electronische grootstadprinses. “U-Bahn Hof Alexanderplatz, bitte einsteigen”, hoort men in het begin, waarna de reis begint via allerhande kille bleeps en bips, maar onder de kilte zit wel degelijk een prachtige omgeving, die zichzelf slechts een paar keer in al zijn breekbaarheid onthult aan de luisteraar, zoals in het Autobahn-gerelateerde “Zauber” en de kiekenvelpop van “Frieda”. Aanrader voor mensen die hun electro graag sferisch hebben.

7. The Roots :: Rising Down

 

Hoe blijven The Roots zo consistent? Hoe? Hun achtste of negende plaat al, en nooit is deze groep minder dan “goed”. Ook Rising Down is weer klasse (al kun je het moeilijk een meesterwerk als Things Fall Apart noemen), een prestatie in het hip-hopgenre waar veel artiesten al na één of twee platen uitgepraat lijken. Het iets meer electrische geluid zit weer perfect, temeer omdat het meeste instrumentarium live wordt opgenomen, de sfeer is rauw en donker, de rhymes zijn strak en de flow stroomt harder dan de Niagarawatervallen. Het is nog af te wachten of Rising Down op nummer 7 blijft staan, maar ik ben er gerust in dat hij op het einde van het jaar nog wel ergens in het lijstje opgenoemd wordt.

6. Al Green :: Lay It Down

Jamie Lidell waagde zich dit jaar dan wel aan zalig gecopycat, de echte meesters van de soul blijven toch te verkiezen boven het naarstig gekopieer van blanke jongetjes en meisjes uit de suburbs. Al Green, de gladjanus der gladjanussen, is namenlijk terug met nieuw werk, en mijn God, wat een plaat! Meesterlijk zeemzoete soul van de maestro zelve, die Milesbehind prompt de lichten deed dimmen om in zijn kamerjas bij de open haard (centrale verwarming, maar kom, fantasie…) en een goed glas limoncello zich te verheugen op menige jonge deernes die de kamer zouden instormen om op de tonen van “Lay It Down” en “Take Your Time” eens goed van bil te gaan. Vooralsnog niet echt voorgekomen, maar het zal er met de hulp van Reverend Green toch wel ooit van komen zeker? Kortom, een uitstekende plaat.

5. Earth :: The Bees Made Honey In The Lion’s Skull

Dylan Carlson verraste mij in februari met een ijzersterke plaat, een hevige koorstdroom die je naar mooiere oorden neemt, al dan niet in combinatie met enkele niet nader genoemde chemicaliën. De drones, van de hand van de grootmeester van het genre, op The Bees roepen dan ook ergens de sfeer van het San Francisco van begin jaren zeventig op. Earth is de Grateful Dead van dronemetal geworden, lijkt wel, en dat is niets om triestig over te zijn, zeker als er zo een sterke plaat van komt.

Lees de recensie HIER.

4. Atlas Sound :: Let The Blind Lead Those Who Can See But Cannot Feel

Nog zo’n heerlijk klankenpanorama kwam uit de handen van Bradford Cox, iele frontman van het nogal geweldige Deerhunter. Meer liedjesgebonden, en ook iets minder robuust dan de drones van de heer Carlson, en daarom misschien nog iets beter. De liedjes zijn zoals de beste van My Bloody Valentine: heerlijke popnummertjes, gedrenkt in wassende feedbackgolven, gekraak en slepende akkoorden. Zalig om bij weg te dromen.

Lees de recensie HIER.

 3. The Fall :: Imperial Wax Solvent

“I’m a fifty year old man/ and I like it-uh!/ I’m a fifty year old man/ what are you gonna do about it?”, vertrouwt MES de luisteraar toe in “50 Year Old Man”. Mijn favoriete groep, The Fall, blijft dus nog steeds zijn koppige, geweldige en bijwijlen irritante zelf. Maar was ik vorig jaar nog danig teleurgesteld in het luie, lakse en ongeïnspireerde Reformation Post TLC, dan is Imperial Wax Solvent weer een triomf van jewelste voor The Fall Gruppe. Dementerende spookhuisjazz (“Alton Towers”), pisnijdige rock (“Wolf Kidult Man”, “Exploding Chimney”, “Tommy Shooter”), veel Nuggets en een streepje post-punk, vooral in het gierende epos “50 Year Old Man”, het langste en meest veelzijdige Fallnummer aller tijden. Ik heb het allemaal al eens eerder verteld (lees de recensie HIER), dus valt er maar één ding te zeggen: “Bij leven en welzijn, tot over 8 dagen op de Dourweide”.

 2. Portishead :: Third

 

Ik had dit muziekjaar al bijna als compleet hopeloos opgegeven, tot er plots na een dik decennium een nieuwe Portisheadplaat op de winkelrekken gesmeten werd. En na ettelijke luisterbeurten ben ik tot een conclusie gekomen: dit album is beter dan Dummy. Een statement waar ik zeker op aangesproken zal worden (als iemand deze blog nog leest, tenminste! — Subtiel, hé?), maar de genres waar Portishead op Third mee speelt, vind ik vele malen interessanter dan de loungy film noir-soundtracks op hun bejubelde meesterwerk uit ‘94. Beth Gibbons klinkt nog altijd als een tedere engel en het filmische is er nog altijd, maar dat wordt nu geprojecteerd op folk, krautrock en Silver Apples, electronische machinegeweersalvo’s en andere beats, en spanningopwekkende strijkerarrangementen. Ach ja, misschien schat ik de plaat wel te hoog in, maar het essentiële blijft dat ik bij elke luisterbeurt er ten volle van genoten heb, de dreiging ondergaan heb, en de heerlijke trip erna nog eens overdeed. Samen met Sool ook dé examenplaat van het jaar.

1. No Age :: Nouns

 

Het was te verwachten. Zelfs voor ik de plaat nog maar hoorde, lagen de verwachtingen al zo hoog dat er haast niets aan deze plaat zou kunnen tippen, al kwam Portishead heel dicht in de buurt. Ik kan niet uitleggen waarom ik hem zo geweldig vind, al heb ik het honderden keren geprobeerd aan al mijn vrienden, familie en kennissen. Eén ding kan ik wel meedelen: een hardere stamp in mijn edele delen heb ik dit jaar zelden gekregen. Energieke lo-fi punk, gedrenkt in oorverdovend lawaai, half vals gezongen, extreem snel en rommelig. Twaalf nummers in een half uur. Wat valt er nog meer te zeggen? Dat u het zelf zou moeten horen? Proberen kan geen kwaad, denk ik.

Lees, voor de tigste keer, de recensie HIER. Klik, klik, klik, verdomme!!!

Sterk, maar niet goed genoeg: Fleet Foxes :: Sun Giant EP, M83 :: Saturdays = Youth, Elvis Costello :: Momofuku, Foals :: Antidotes, Vampire Weekend :: S/T, Times New Viking :: Rip It Off, Spiritualized :: Songs In A&E, The Melvins :: Nude With Boots, Nick Cave And The Bad Seeds :: Dig, Lazarus, Dig!!! en Johnny Dowd :: A Drunkard’s Masterpiece.

Verder nog fijn gezelschap van: dEUS :: Vantage Point, Boris :: Smile [Japan], Black Mountain :: In The Future, The Breeders :: Mountain Battles, Gregor Samsa :: Rest, Los Campesinos! :: Hold On Now, Youngster…, Retribution Gospel Choir :: S/T, The Ruby Suns :: Sea Lion, Stephen Malkmus :: Real Emotional Trash, Silver Mt. Zion :: 13 Blues For Thirteen Moons, These New Puritans :: Beat Pyramid, Why? :: Alocepia, White Circle Crime Club :: Pictures Of Stares, Nebrovski :: Nebrovski EP.

 Nominaties in de categorie “muzikale stront”: Crystal Castles :: S/T, El Guincho :: Alegranza (waarom wil iedereen toch perse grossieren in dat Panda Bear-gefröbel? Bovendien een grondige hekel aan Spanjaarden) en The Mars Volta :: The Bedlam In Goliath.

 (Her)ontdekking van het jaar: Hip-Hop, en dan de Wu-Tang Clan in het bijzonder. Het aantal toeren dat Liquid Swords, Only Built 4 Cuban Linx en Enter The Wu-Tang (36 Chambers) hier al gedraaid hebben, is niet meer bij te houden. Maar ook John Cale, Peter Gabriel, en nog een hoop Art Rock.

 In blijde verwachting van/nog niet gehoord: Bon Iver :: For Emma, Forever Go; Deerhunter :: Microcastle (hij is gelekt, beluisterd, en zeer goed bevonden, maar nog niet opgenomen in de lijst omdat ik wacht op de officiële release), GZA :: D.A.R.T.S., Fleet Foxes :: Fleet Foxes, Sigur Ros :: Not Another Unspeakable Album Title!?, Stereolab :: Chemical Chords en Wire :: Object 47.

 Nummer van het jaar(?): Clement Peerens Explosition - “Geft Da Kaske Na Is Hier!”

 


Coolste Artwork van het jaar?

juni 24, 2008

lil wayne

Ik denk dat hier niet veel tegen opkan. Lil’ Wayne heeft met Tha Carter III trouwens een geweldig album uit voor wie houdt van meer commerciële rap, en Crunk in het bijzonder. De single is meer een lokkertje dan dat het representatief is voor Waynes nieuwe meesterwerk, maar verdorie, wat is “Lollipop” toch geweldig. Al kan ik u niet zeggen waarom. Luister vooral zelf:

 

Een nodeloos obscene en lachwekkende tekst, idiote backingmuziek, en toch krijg ik er niet genoeg van. Zou het liggen aan de productie? Jay Z weet in ieder geval wel hoe een hit te scoren, want dat is net wat hij Lil’ Wayne geschonken heeft. Direct naar nummer 1 op de billboard, meneer!

Gelieve mij niet te storen terwijl dit nummer op endless repeat door tha crib vliegt.

NP: Wire :: Object 47


Eurovision

mei 25, 2008

Gisteren heb ik mij gewaagd aan de hoogmis van de wansmaak, de zelfbevlekkende viering van de kitsch en de plastiek. Jawel, ik heb naar het eurovisiesongfestival gekeken! En ik moet zeggen dat ik, naast de zielloze Britney-imitaties, de goedkope kakliederen van onder meer winnaar Rusland en de ronduit hilarische act van het wijf (ja, wijf) van Oekraïne waarbij haar dansers letterlijk uit de kast kwamen en de ietwat dikke backingzangeres in neutraal zwart in een verre uithoek van het podium stond uitgestald, toch enkele leuke en, ja, zelfs goede nummers gehoord heb. Daarom een overzichtje:

- Vooreerst Groot-Britannië, dat als tweede mocht opdraven. Andy Abraham heeft met “Even If” een soort van glad soulpopnummer dat het nog wel ok zou doen op de radio. Toegegeven, het is crap, waardoor het ook laatste werd, maar ik werd er vrolijk van, temeer omdat het eens wat anders is dan die vrouwmensen die met grootse emootsies over de liefde of wat dan ook staan te zingen, of Spanje dat met “Baila Chiki Chiki”, na zulke muzikale genocides als de Macarena, The Ketchup Song en “Eres Tu” (*huivert*), nog maar eens een afschuwelijk kaknummer aflevert dat 100% zeker een zomerhype wordt.

- Bosnië-Herzegovina was ook wel te pruimen: een nummer over sprookjes, dat ook zo uitgevoerd werd en eigenlijk verdomd aanstekelijk was, met een refrein dat doet denken aan de draaglijke Coldplay. Ik vond het zelfs nog beter dan Turkijes gladde poprocker, en Servië dat ging voor een Balkaninterpretatie van de Buena Vista Social Club, alle drie niet goedgekeurd door moederlief, nota bene.

- Koning van de avond voor mij echter: Sébastien Tellier voor Frankrijk! Wat een nummer: een ongelofelijk tof electropoppertje, geproduceerd door 50% van Daft Punk, dat zich zo hardnekkig mogelijk in je gehoorgang probeert te wurmen. Een beetje de Franse Daan, quoi. Bovendien had de man een hilarische act: een backingkoor met dezelfde verwilderde baard en zeiksnor, een intrede met een golfkarretje, en (herinnert u zich de hetze nog?) een hand op het hart als het Franse stuk in de break gezongen wordt. Dit is een hit!


Muxtape #1: Post-Punk

mei 1, 2008

Holy shit, ik ben terug! En dat vooral om even een mixtape te posten die ik snel ineengestoken heb. Ofja, een Muxtape eigenlijk, een soort van internetversie ervan. Ik vond het een handige manier om de mensheid kennis te laten maken met een paar bekende en minder bekende zonen en dochters van de alternatieve scène. Deze keer: Post-Punk, een genre (hoewel dat een heel losse term is) waar ik dol op ben. Daarom kunt u HIER eens luisteren naar mijn 12 keuzes voor goed 50 minuten luisterplezier, 12 nummers waar ik heel lang over heb moeten nadenken of ik ze erin zou zetten of niet. Hieronder de uitleg:

1) Wire - Practice Makes Perfect (uit Chairs Missing, 1978 )

Mensen zeggen altijd dat Wire’s debuutplaat, Pink Flag, hun belangrijkste en meest invloedrijke is. En hoewel ook ik geen enkele moeite spaar om die plaat op een pedestal te plaatsen, is Chairs Missing misschien wel beter en belangrijker geweest. Waar hun debuut nog een geniale deconstructie is van punk en rockmuziek in het algemeen, is deze plaat dankzij zijn kille en sfeervolle esthetiek bepalend geweest voor post-punk en al zijn nazaten. Ik heb gekozen voor “Practice Makes Perfect”, het geweldige openingsnummer dat het best die sfeer weergeeft waar ik over spreek.

2) The Pop Group - We Are All Prostitutes (Uit We Are All Prostitutes 7″, 1979)

Luid, gevaarlijk, politiek militant en extreem dansbaar, dat moet The Pop Group wel zijn. Hun debuutplaat Y is nog altijd een funky en noisy optater van jewelste, maar ik heb gekozen voor hun single uit hetzelfde jaar, “We Are All Prostitutes”, zonodig nog beter dan alles op die plaat.

3) Modern English - Swans On Glass (Uit Swans On Glass 7″, 1980)

U kent Modern English alleen maar als afschuwelijke eightiesdanspopgroep met hitjes als “I Melt For You”? Schaam u, want daarvoor was het een doemerige postpunkgroep die op hun Mesh And Lace uit ‘81 Joy Division als The Beatles liet klinken. Ik ben vooral fan van hun eerste single “Swans On Glass”, misschien niet zo donker maar verdomd aanstekelijk.

4) Pere Ubu - 30 Seconds Over Tokyo (Uit Terminal Tower, 1985)

Ok, ik geef toe, ik speel een beetje vals. Maar Pere Ubu’s eerste single uit ‘75 is zo sfeervol, cool en geweldig dat ik dit invloedrijk meesterwerkje er gewoon bij moest duwen. Te vinden op single- en bkantjesverzamelaar Terminal Tower, hét Pere Ubu-album dat er nooit één was.

5) The Fall - It’s The New Thing (Uit The Early Years, 1981)

Mensen die mij een beetje kennen weten hoe hard ik van The Fall houd; ik kan amper zwijgen over postpunkmessias Mark E Smith en zijn kornuiten. Heck, ik heb er laatst zelfs een feature over geschreven. Eén nummer kiezen is dus een onmenselijke taak (ik zal er binnenkort nog een muxtape voor maken). Daarom deze vroege single, het demente en opgejaagde “It’s The New Thing” en niet “Hip Priest” of “Smile”. Niettemin een ge-wel-dig nummer. Heb ik al vermeld dat ik Fall-fan ben?

6) Palais Schaumburg - Telefon (Uit Das Single Kabinett, 1981)

Een streepje Neue Deutsche Welle is ook altijd welkom. Palais Schaumburg doet dan niet veel belletjes meer rinkelen, het was in de vroege jaren tachtig één van de beste Duitse groepen. Hun debuutplaat Palais Schaumburg is behoorlijk fantastisch, maar deze vroege single die iets meer naar elektronische danspop neigt moet ook meer gedraaid worden. Check ook de stevige liveversie.

7) The Contortions - Contort Yourself (Uit New York Noise 1978-1982, 2003)

Over naar New York dan, begin jaren tachtig een broeihaard van goede muziek. Niet alleen de CBGB’s, maar ook de kortgeleefde No Wave-scene, vroege hiphop en minimale funkateers als The Contortions floreerden in het harde stadsklimaat van The Big Apple. De driedelige verzamelset New York Noise (mét prachtige fotoboek) is sowieso een aanrader, maar dit “Contort Yourself”, staalharde funky postpunk gelardeerd in noise, is samen met Liquid Liquid toch al het beste wat ik erop hoorde.

8 ) Suicide - Rocket U.S.A. (Uit Suicide, 1978 )

En weer speel ik vals: Suicide had met zijn City Blues meer invloed op de telgen van de post-punk dan dat ze er deel van uitmaakte. Maar u zal niet klagen: perverse electrorock meets uitdagende podiumperformance op zijn best.

9) Au Pairs - Armagh (Uit Playing With A Different Sex, 1981)

Neem de militante dansbare rock van Gang of Four en vervang zijn frontman door de lesbische feministe Jane Munro, en je krijgt de Au Pairs. Veel sneren naar mannelijke dominantie en Thatcher, maar vooral uitstekende muziek. “Armagh”, een confronterend nummer over foltering en seksueel misbruik van vrouwen in de Noord-Ierse gevangenissen, is voor mij het beste nummer van hun vergeten werelddebuut Playing With A Different Sex.

10) The Slits - Typical Girls (Uit Cut, 1979)

En we blijven bij vrouwen met pit. The Slits waren in hun beginjaren de meest agressieve vrouwenpunkgroep van Groot-Brittanië, maar tegen de tijd dat punk al was gaan liggen en platenmaatschappijen zoveel mogelijk groepen probeerden te tekenen, waren The Slits radicaal veranderd. Hun enige plaat, Cut, staat vol met dub en reggae beïnvloedde post-punk en een echte aanrader. Vooral “Typical Girls” is met zijn tempowisselingen een wereldnummer.

11) De Brassers - Kontrole (Uit Gesprokkeld en Bespoten, 2008 )

Eindelijk hebben Belgiës intensten hun singletjes gebundeld. Dat was wel nodig na 30 jaar De Brassers. Eind jaren zeventig waren deze jongens uit Hamont de martelaren van het Vlaamse platteland, de helden van de wanhopige jeugd uit de boerengaten. “En Toen Was Er Niets Meer” is tot vandaag hun bekendste nummer, maar het hevige “Kontrole” is zonodig nog beter. Als u na het horen ervan niet snel naar de Brassers’ rijkelijk gedocumenteerde website gaat om Gesprokkeld En Bespoten te bestellen, maakt u best een afspraak bij de dokter.

12) Public Image Ltd. - Swan Lake (Uit Metal Box/Second Edition, 1979)

Symbolisch afsluiten met PiL’s “Swan Lake”, ook wel bekend als “Death Disco”, het beste nummer van John Lydons post-Sex Pistolsproject. Een angstaanjagend nummer over Lydons op sterven liggende moeder, zo donker en freaky. Het is beter Lydon te herinneren voor PiL dan voor zijn rol als punkclown in de Pistols.


Public Service Announcement

april 5, 2008

Ik weet het: veel activiteit is hier de laatste tijd niet echt meer geweest. Milesbehind steekt dan ook eventjes in de koelkast, aangezien ik nog een hoop ander werk te doen heb: een paper voor het unief en een hoop artikels en recensies voor Goddeau. Maar ik geef dit stuk digitaal wasteland bijlange nog niet op. Het wordt binnenkort terug een oase van (nutteloze) informatie, dat beloof ik plechtig.


januari 2008: een balans

februari 2, 2008

Blijkbaar is er al een maand in het nieuwe jaar voorbij! Niet te geloven. Hoe was het in die maand eigenlijk op het vlak van nieuwe muziek gesteld? Mja, magertjes. Ik heb niet veel nieuwe dingen gehoord (teveel bezig met “ouwen brol”, zeggen ze rond mij), en wat ik al gehoord heb viel over het algemeen wat tegen omdat ik er meer van verwacht had. Bovendien heb ik nu pas Yeasayer ontdekt (ik ben slecht in hypes), en daar ben ik voor de verandering wel over te spreken: mooie popsongs met een hoek af en tonnen invloeden uit alle mogelijke hoeken van de aardbol. (8/10)

Een hype die ik dan weer niet gemist heb, is die rond het New Yorkse Vampire Weekend. Genamedropt worden door zijne hoogheid David Byrne, de Pitchflurken en zo wat elke hippe blog ter wereld kan blijkbaar geen kwaad, want de buzz rond deze vier gastjes nam eind vorig jaar al epische proporties aan. En nu is hun plaat er. De eerste indruk: minder dan ik had verwacht. Véél minder. Het is een tof plaatje, maar hun mix van New Wave-pop met klassieke muziek en Afrikaanse invloeden blijft jammer genoeg niet hangen. Er staan enkele geweldige nummers op; opener “Mansard Roof” bijvoorbeeld is heerlijk luistervoer, met zijn aanstekelijk ritme, viooltjes en grandioos refrein. Ook singletje “A-Punk” kan er met zijn vroege Talking Heads-gitaarlijntjes door, en ook “Cape Cod Kwassa Kwassa” is fantastisch en lekker Architecture In Helsinki-(al kan ik mis zijn. Hipsters?). De beat en de synthambience onder “Campus”  tillen het nummer met zijn poëzieboekjestekst ook naar een hoger niveau, en “Bryn” kan ik ook nog wel smaken. Maar de rest is zo monotoon, zo gelijkend op mekaar. Misschien hadden ze de nummers wat langer moeten laten rijpen. (6/10)

Nee, dan ben ik een pak enthousiaster over de nieuwe van de Drive-By Truckers, die met Brighter Than Creation’s Dark een collosaal werkstuk afgeleverd hebben: 19 nummers, 76 minuten! Jammer genoeg ben ik niet over alle nummers even goed te spreken, en staat er voor mij dan ook wat vulsel op. Ik was dan ook een klein beetje teleurgesteld gezien de rave commentaren van Uncut, Humo en niet in het minst mede-bloggers in arms Guy en Roen, maar dat maakt van BTCD allesbehalve een slechte plaat. Integendeel! De liedjes die mij wel kunnen bekoren, is het nu hondseerlijke country of vettige Southern Swamp Rock, zijn stuk voor stuk magistraal: de smerige rocker “The Man I Shot”, het prachtige “The Purgatory Line”, Patterson Hoods sneer naar de oorlog in ‘The Home Front”, en vooral “Daddy Needs a Drink”, een stripped down countrynummer dat uitgegroeid is tot een meezingfavoriet ten huize Miles Behind. Misschien wel eens eindejaarslijstjesvoer, als je het mij vraagt. (8,5/10)

Drie platen uit deze maand die ik nog moet horen zijn The Mars Volta’s The Bedlam In Goliath, waar ik eigenlijk niet zoveel van verwacht, Black Mountains In The Future en Xiu Xiu’s Women As Lovers, maar aangezien ik deze week meer dan genoeg tijd heb zullen ze hier wel eens passeren. En wat te verwachten in februari? Ik kijk persoonlijk vooral uit naar Earth’s The Bees Made Honey In Lion’s Skull (waar ik momenteel een promo van heb liggen) en de nieuwe Hot Chip, die zo te horen meer dan uitstekend is, en The Warning op alle vlakken lijkt te overklassen.

Luistervoer: The Residents - Eskimo en Sebadoh - Bubble And Scrape.

 


“Eagerly buttfucking your grandpa…Sebadoh!”

februari 1, 2008

 

Naast Rage Against The Machine (die op 2 juni in het Sportpaleis hun kunstje mogen opvoeren) en de Backstreet Boys (voor het belang van de nationale veiligheid vermeld ik geen data) komt er nog een geweldige band uit de jaren negentig naar ons Belgenlandje afgezakt. Niemand minder dan de heren van Sebadoh (de originele leden! Lou, Jason en Eric!) zullen op 29 april de Handelsbeurs verblijden met een bezoek. Daarbij zullen ze hun meesterwerkje uit ‘93, Bubble And Scrape, onder het stof vandaan halen. Hoera!

Het is dan ook de perfecte aangelegenheid om die plaat nog eens op te zetten en volledig weggeblazen te worden:

Sebadoh - Elixir Is Zog


I’m Back!

januari 29, 2008

De hel is over, de examens achter de rug. Terug naar het zorgeloze leventje! (tot de uitslag bekend wordt gemaakt, that is) En… terug in de blogosfeer!

En dat betekent dat “de mensen” hier de komende dagen eindelijk mijn top 50 van de jaren zeventig mogen verwachten. Prog, kraut, funk, punk en alles ertussenin op een hoopje! Voor alle geïnteresseerden: blijf dus maar op dat puntje van je stoel zitten…